Startpagina
Informatie
Nieuws
Nieuwsbrief
Informatie
Agenda
Fotoalbum
Pers
Sponsoring
Links
Onze dirigente
Wiebke Göetjes
Hojotoho Zangstudio

 

 

 

Amahl and the Night Visitors

Deze kerstopera van G.Menotti
werd door het Monnickendams Opera Koor uitgevoerd op

  • Donderdag 15 december in de Nassaukerk in Amsterdam, aanvang 20.00 uur
    en op
  • Zaterdag 17 december in Westvestkerk in Schiedam, aanvang 20.00 uur

Het betrof een reprise, omdat het koor en diverse solisten Amahl and the nightvisitors al eerder rond de kerstdagen in 2010 al hadden uitgevoerd. Wiebke wil van dit evenement een traditie maken.

Daarom begonnen de koorleden na de vakantie weer enthousiast met het ophalen van de leuke koorwerken. Wiebke betrok haar eigen leerlingen- en collega's in de solorollen. Goed beslagen kwamen ze ten tonele in een redelijk bezette Nassaukerk in Amsterdam en een paar dagen daarna werd de opera nog eens dunnetjes herhaald in Schiedam, die tot de laatste plaats gevuld was.

Van de uitvoering in de Nassaukerk zijn leuke foto's gemaakt, die hiernaast als diavoorstelling zijn te bekijken.

Om de diavoorstelling monitorgroot te bekijken:

Zet de muis op de foto, daarna verschijnt een wit balkje. Klik op het vierkantje met de twee pijltjes.

 

De inhoud van de opera vindt u hieronder:

 

Amahl and the night visitors, opera van G.Menotti
Handeling: in de buurt van Jeruzalem.
Tijd: De eerste eeuw na de geboorte van Christus

Amahl is een gehandicapte jongen, die zich met behulp van een kruk voortbeweegt. Zijn probleem  is bovendien dat hij een grote fantasie bezit en alle mogelijke dingen verzint. Ja, soms wel eens liegt.
Als de opera begint zit hij buiten voor het huis op zijn herdersfluit te spelen.  Zijn moeder roept hem binnen, maar hij heeft daar niet veel zin.
Na lang aandringen komt hij toch binnen en dan vertelt hij haar  over een ster, die boven het dak van het huis straalt. “Die ster is zo groot als een raam”, zegt hij. Maar moeder gelooft hem niet.  “Je moet eens ophouden met mij voor het lapje te houden”, zegt ze.  

Later die avond zit Amahls moeder te huilen en ze bidt dat Amahl geen bedelaar zal worden. Dan wordt er één keer op de deur gebonsd. Moeder vraagt Amahl eens te kijken wie er voor de deur staat. Opgetogen loopt hij weer naar zijn moeder toe en zegt dat er één koning voor de deur staat. Maar ze denkt, dat het weer één van zijn fantasieverhalen is. Dan wordt er nog een keer geklopt en weer gaat Amahl kijken: er staat nog een koning voor de deur. Moeder is boos, dat hij weer verhaaltjes verzint en als er voor een derde keer wordt geklopt, gaat ze  maar zelf kijken.


Tot haar grote verbazing ziet ze  nu zelfs drie koningen op de stoep staan. Ze vertellen dat ze een lange reis maken en dat ze geschenken gaan aanbieden aan een bijzonder kind. Maar nu zijn ze moe en ze vragen of ze in het huis van Amahl even mogen uitrusten. De moeder nodigt ze binnen en gaat hout halen om de kachel voor haar gasten op te stoken. Amahl is heel nieuwsgierig. Koning Balthazar geeft antwoord op zijn vraag hoe het is om koning te zijn.  Amahl vertelt hem dan dat hij eigenlijk schaapherder is, maar dat zijn moeder het schaap heeft moeten verkopen en dat zij nu bang is, dat hij een bedelaar zal worden.

Ook stelt Amahl een vraag aan koning Kaspar, maar die is een beetje doof en bovendien niet erg vriendelijk tegen hem. Toch opent die zijn kist en laat Amahl de kostbaarheden zien, die daar in zitten, zoals magische stenen. Kralen en drop. Amahl krijgt van hem ook een snoepje.  Als moeder terugkomt zegt ze tegen Amahl dat hij de herders buiten moet waarschuwen dat ze heel bijzondere bezoekers hebben, die wat willen eten.
De herders nemen allerlei lekkere dingen mee en op verzoek wordt voor de koningen gedanst. Als de herders afscheid hebben genomen dommelen de koningen in.

Moeder maakt van die gelegenheid gebruik om wat goud dat was bestemd voor het Christuskind uit de kist te pakken. De diefstal wordt opgemerkt door de page en hij grijpt haar beet. Ook Amahl is nu wakker geworden en verdedigt zijn moeder, maar hij is niet sterk genoeg. Door het lawaai dat ze maken worden nu ook de koningen wakker. Zij begrijpen nu wel waarom de moeder het goud wilde stelen. Amahl en zijn moeder lijden bittere armoe. Als de moeder hoort voor wie het goud bestemd is, wil ze het meteen teruggeven, maar Melchior zegt dan, dat ze het mag houden. Het Heilige kind heeft geen goud nodig om zijn koninkrijk te vestigen.

De moeder wil nu een geschenk meegeven, maar ze heeft niets. Amahl wel: zijn kruk. Als hij deze overhandigt, ontdekt hij dat hij genezen is. Er is een wonder gebeurd: hij kan lopen als ieder ander. Dan besluit hij met de koningen mee  te reizen naar Bethlehem.